Cosly.com

Commentaar nieuwe reactie Vakcentrum Europese Erecode

15 Februari 2017

Recentelijk zijn er opnieuw persberichten verschenen over de Europese Erecode, vanuit het Vakcentrum (3-3-2017) en van de heer Jan Willem Kolenbrander (7-2-2017), franchise advocaat. De Nederlandse Franchise Vereniging geeft een reactie hierop:

"Daar waar de heer Kolenbrander een afgewogen oordeel uit, komt het Vakcentrum opnieuw met feitelijke onjuistheden.

Het Vakcentrum geeft toe dat de Europese code wel degelijk voorschrijft dat er een schriftelijk vastgelegd franchisecontract dient te zijn. Ook wordt toegegeven dat franchisenemers een rol spelen binnen nationale franchiseverenigingen. In Frankrijk, Engeland, België en Zweden maken franchisenemers deel uit van het bestuur. In Italië en Spanje bestaat franchisewetgeving die tot stand is gekomen met medewerking van franchisegevers en franchisenemers. De reactie dat Eurocommerce in dit verband niet is geconsulteerd door de Europese Franchise Federatie (EFF) is correct en dat komt door “een gebrek aan vertrouwen”. De EFF is jarenlang lid geweest van Eurocommerce, echter de houding van Eurocommerce richting EFF en de door haar vertegenwoordigde franchisegevers was star en anti-franchisegevers. Kortom, dit bood geen basis voor een evenwichtig overleg.

Opvallend is dat het Vakcentrum de nieuwe Nederlandse Erecode niet met de vorige Nederlandse Erecode vergelijkt maar met de Engelse versie. In beide Nederlandse Erecodes wordt in hoofdstuk 2 betreffende “verplichtingen” het woord “dient” gebruikt. Feitelijk is er niets aan de tekst veranderd, maar de conclusie van het Vakcentrum is dat een verandering van inspanningsverplichting naar resultaatsverplichting heeft plaatsgevonden.

Wat betreft de knowhow en de onderzoekverplichting voor een franchisenemer.
Knowhow is een van de belangrijke elementen van een franchise. Bewaking en verdere ontwikkeling is cruciaal. Mede hierdoor heeft de Europese Commissie hierover bepalingen opgenomen in de Groepsvrijstellingsverordening en bijbehorende richtsnoeren. Bovendien wordt het belang hiervan onderstreept door het Pronuptia-arrest van het Europees Gerechtshof.
Het tweede punt: het is niet correct dat alleen van de zelfstandige franchiseondernemer wordt verwacht zelf onderzoek te doen naar kansen en bedreigingen en de haalbaarheid van een eigen onderneming. Een franchisenemer heeft een actieve informatie en onderzoekplicht net zo als de franchisegever een informatieplicht (art. 3.3) en een onderzoekplicht heeft.

De heer Kolenbrander reageert constructief vanuit een paar invalshoeken en vergelijkt de NFC en de Europese Code met elkaar. Wat draagvlak voor de NFC betreft vermeldt hij dat hiervoor niet veel bijval bestaat bij franchisegevers (waar franchisegevers wel voor zelfregulering zijn en dit al vanaf 1972 met de Europees Erecode proberen te verwezenlijken) en het lijkt er volgens hem op dat het draagvlak t.a.v. de Europese Code wellicht groter is.

Ten aanzien van de afdwingbaarheid concludeert de heer Kolenbrander dat beide codes (nog?) niet afdwingbaar zijn. Over de inhoud stelt hij dat beide codes in vaagheid niet voor elkaar onderdoen. Wat dan wel? Hij pleit voor een aantal “hard and fast rules”, o.a. met betrekking tot beëindiging, de opzegtermijnen en toepassing van post contractuele non-concurrentiebedingen. Echter hoe dit in te passen in een sector die zich kenmerkt door een grote diversiteit aan formules? Het zal geen sinecure zijn", aldus de Nederlandse Franchise Vereniging. 

« Terug naar het overzicht

Cosly.com