Juridisch
Inleiding
Franchise is juridisch gezien een vorm van verticale samenwerking tussen zelfstandige ondernemers / bedrijven. Vooral het samenwerkingsaspect heeft nogal wat juridische gevolgen, immers samenwerking tussen bedrijven is uiteraard geoorloofd en zelfs toe te juichen, maar mag in beginsel niet leiden tot concurrentiebeperkende afspraken. Zowel de Nederlandse Mededingingswet als de Europese mededingingsregels - o.a. de Europese groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten - zijn van toepassing.
De NFV heeft op dit terrein veel ervaring opgedaan door het
jarenlang volgen van ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, het
organiseren van themadagen, het optreden als bemiddelaar bij problemen
tussen franchisegever en franchisenemer en het (periodiek) beoordelen
van franchisecontracten. Al deze kennis is de basis geweest voor het
opstellen van een model-franchiseovereenkomst waaraan natuurlijk
voortdurend wordt geschaafd.
De NFV heeft voorts een groot aantal deskundige juristen als
geassocieerd lid en een uitstekend functionerende juridische commissie.
Op deze pagina's treft u aan:
- NFV Geschillenregeling
- Jurisprudentie, vindplaats en korte omschrijving
- Vindplaatsen belangrijke wetgeving
- Belangrijke adressen
1. NFV Geschillenregeling
De NFV adviseert geschillen tussen franchisegevers en franchisenemers zoveel mogelijk in eigen huis op te vangen en af te handelen. Dit voorkomt namelijk de altijd meer omslachtige weg naar de rechter. Bovendien worden op deze wijze mogelijke knelpunten gesignaleerd, waarmee andere partijen hun voordeel kunnen doen.
De geschillenregeling bestaat uit hulp bij de bemiddeling (mediation). Over een op te zetten klachtenregeling buigt zich momenteel de juridische commissie van de NFV.
Bemiddeling
De NFV heeft een aantal terzake deskundige personen aangezocht om
in voorkomende gevallen als bemiddelaar op te treden. Indien een klager
zulks wenst zal hij door het secretariaat worden doorverwezen naar één
van die bemiddelaars. Het secretariaat vervult hierin een
administratieve functie in het kader van uitwisseling van relevante
stukken, het bespreken van een locatie waar partijen bij elkaar komen,
etc. De kosten bedragen EURO 500,-- ex BTW per partij.
De bemiddelaar zal na bestudering van de stukken en mogelijk na
gesprekken met beide partijen, al dan niet om één tafel, trachten een
voor beide partijen acceptabele oplossing te komen. Indien een oplossing
wordt gevonden, dan legt de bemiddelaar deze schriftelijk vast en
bericht aan het secretariaat dat de bemiddeling geslaagd is. Is dat niet
het geval, dan zal de bemiddelaar de partijen wijzen op andere
mogelijkheden om hun conflict op te lossen.
De voordelen zijn derhalve de korte looptijd, de relatief lage kosten en
vooral het feit, dat er door het overleg-karakter geen
'verliezers' zijn.
NB: thans wordt de mogelijkheid bestudeerd zelf een arbitrage-instituut in het leven te roepen
2. Jurisprudentie
A. Pre-contractuele fase
Omzetprognoses
1. Lampenier - tekst volgt
2. De Boer - Ster Video V.O.F. en Koelewijn & Partners B.V.
Franchisenemer verweet franchisegever c.s. te rooskleurige prognoses te hebben afgegeven. De Rechtbank overwoog, dat de enkele omstandigheid dat De Boer de prognoses niet heeft gehaald niet zondermeer aansprakelijkheid tot gevolg heeft. Waar gedaagde gemotiveerd heeft aangegeven waarom bepaalde cijfers zijn gebruikt heeft eiser slechts ongemotiveerd aangegeven, dat de gebruikte cijfers te hoog waren. Voorts bleek, dat eiser de openingstijden vann de winkel zonder overleg met drie uur per dag verkort. De eis werd derhalve afgewezen.
Rechtbank Leeuwarden, 28 februari 2001, nr: H 98/1131
3. Schouten Fashion B.V. - Brown Fashion B.V.
In deze procedure werd vastgesteld, dat uit de franchiseovereenkomst een bijzondere zorgplicht voortvloeit voor de franchisegever, die met zich meebrengt dat de door franchisegever gepresenteerde winstprognoses moeten berusten op een grondig en zorgvuldig uitgevoerd markt- en vestigingsplaatsonderzoek. Bovendien dient, indien de prognoses niet worden gehaald, blijvend advies en bijstand te worden verleend. De eis werd toegewezen.
Rechtbank Arnhem, 18 juni 1999, Prg 1999, 5211
4. Aviti - Kinderparadijs
Door geen grondig en zorgvuldig verricht markt- en vestigingsplaatsonderzoek aan de afgegeven prognoses ten grondslag te leggen (o.a. waren Belgische cijfers als kengetallen gebruikt voor de Nederlandse markt) en door tekort te schieten in de verplichting franchisenemer blijvend te adviseren en te begeleiden, is franchisegever aansprakelijk voor de door franchisenemer geleden schade.
Rechtbank Breda, 14 december 1999, voorts ook Prg 1997 / 4675
Voorts nog diverse uitspraken in de Praktijgids
Prg 1996 / 4455
Wervingsbrief bevat te mooie prognoses, misleidende teksten en was
gebaseerd op onvoldoende marktonderzoek. Voorts waren te hoge winsten
voorspeld, functioneerde de franchise-organisatie ondeugdelijk en bleken
vastgestelde verkoopprijzen niet concurrerend.
Prg 1998 / 5048
Onjuiste prognose door onvoldoemde feitelijke informatievergaring en
daardoor niet berustend op een grondig en zorgvuldig uitgevoerd markt-
en vestigingsplaatsonderzoek. Vordering tot schadevergoeding toegewezen.
Prg 1997 / 4727
Achterhouden essentiële informatie door franchisegever (financiële
jaarstukken en feit, dat vorige exploitant failliet was gegaan).
Franchisenemer mocht vertrouwen op een realistische prognose mede
vanwege het feit, dat franchisegever een terugkoopverklaring had
getekend.
Prg 1999 / 5211 (bijzondere zorgplicht voor franchisegever)
Prg 1996 / 4459 (Zelfs een verzoek van franchisenemer om een optimistische prognose rechtvaardigt niet het presenteren van een prognose, die op verkeerde uitgangspunten is gebaseerd)
Prg 1996 / 4482 (Hoewel franchisegever de overnamekosten voor de overnemende franchisenemer te hoog vond, besliste de rechter, dat de franchisenemers zelfstandige ondernemers zijn en dat franchisegevers geen zeggenschap hebben over de wijze waarop franchisenemers hun investeringen wensen te doen.
B. Contractuele fase
B1. Besluitvorming franchiseraad
1. HypotheekVisie Alkmaar c.s. - Vereniging van Advies Associés
Franchisegever heeft na uitgebreid overleg met de
franchisenemersvereniging en inschakeling van een onafhankelijk
consultant een aantal voorstellen voorgelegd, welke op zich redelijke
financiële consequenties hadden. Uiteindelijk heeft het bestuur deze
voorstellen geaccordeerd.
Een gedeelte van de leden van de franchisevereniging vocht deze
besluitvorming aan.
De Rechtbank heeft geoordeeld, dat het bestuur van de vereniging binnen
de kaders van de wet en de betreffende statuten heeft gehandeld en zich
ook anderszins heeft gedragen conform beginselen van redelijkheid en
billijkheid. Anders gezegd: het bestuur heeft haar taken behoorlijk
vervuld.
Rechtbank Almelo, 10 januari 2001, nr: 39 056 ha za 713
B2. Samenvoeging diverse formules / ingrijpende wijziging franchisecontract
1. Reesink N.V. - J. van Duinen
Franchisegever wenste diverse franchiseformules in één nieuwe
formule samen te voegen, in verband waarmee een nieuwe franchisecontract
werd aangeboden.
Indien een franchisenemer niet expliciet heeft ingestemd met de nieuwe
formule en in het nieuwe contract bovendien mogelijke andere oplossingen
onmogelijk zijn gemaakt, is er sprake van een ontoelaatbare eenzijdige
actie van franchisegever, welke een buitengerechtelijke ontbinding
rechtvaardigt.
Gerechtshof Arnhem, 30 maart 1999, nr: 98/265 KG
2. Steyn B.V. - Vobis Microcomputer B.V.
De terzake in het franchisecontract voorgeschreven procedure in geval van ingrijpende wijzigingen is niet gevolgd. Franchisenemer mag zich terecht op het standpunt stellen, dat de 'oude' franchiseovereenkomst nog steeds van kracht is.
Arrondissementsrechtbank Utrecht, 7 december 1999, nr: 106630 / KG 99 - 1076 / BL
B3. Koppeling franchiseovereenkomst en huurovereenkomst
1. De Fruitenier Franchise B.V. - J. Dekker
De Rechtbank oordeelde dat, nu franchisenemer zich kennelijk niet
meer gebonden achtte aan de franchiseovereenkomst, hetgeen ondermeer
bleek doordat geen goederen meer bij franchisegever werden afgenomen,
daarmee tevens de grondslag van de huurovereenkomst is
komen te vervallen. Derhalve kan de gevraagde ontruiming van het pand
door franchisenemer worden toegewezen.
Rechtbank Haarlem, 2 december 1997, nr: 41366/KG ZA 97-661
Voorts nog de volgende jurisprudentie in de Praktijkgids:
Prg 1995 / 4227 (Eén jaar na koppeling van de huur-exploitatieovereenkomst aan een franchiseovereenkomst wordt eertsgenoemde overeenkomst door franchisegever opgezegd, omdat zij de ruimte (stationsrestauratie) dringend nodig had voor eigen gebruik. Toewijzing van de vordring tot beëindiging wordt niet toegewezen, omdat verbetering van rendement niet aantoonbaar beter was door de exploitatievorm 'franchise'om te zetten in exploitatie via filialen.
Prg 1997 / 4864 (de franchise-huurovereenkomst is een gemengde overeenkomst, zodat de Kantonrechter bevoegd is. Vordering tot ontbinding wordt toegewezen o.a. wegens feit, dat franchisegever heeft afgezien van bepaalde vergoedingen en bovendien een gedeelte van extra gemaakte kosten t.b.v. franchisenemer voor eigen rekening heeft genomen.
B4. Concurrentiebeding
1. Pronuptia
Contractuele bepalingen ter bescherming van de know-how en ter bewaring van de identiteit en reputatie worden niet geacht de mededinging te beperken. Geen mededingingsbeperking is derhalve de verplichting om (i.v.m. de bescherming van de know how enz! red.) voor de contractsduur en voor een redelijke periode daarna (doorgaans één jaar) geen concurrerende activiteiten in een door de franchisenever bestreken gebied te voeren. Ook een verbod om de winkel te verkopen zonder toestemming van franchisegever is in dit verband geoorloofd.
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, nr: 161/84, 28 januari 1986
2. Aviti - Kinderparadijs
Gevraagd gebod tot nakoming van concurrentiebeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet toewijsbaar, daar de franchisegever zelf toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van op haar rustende verplichtingen door geen advies en bijstand te verlenen nadat gebleken was, dat de geprognotiseerde omzet - zelfs bij benadering - niet kon worden bereikt.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 november 1996, PRG 1997 / 4675
3. Non-concurrentiebeding (post-contractueel)
Franchisenemer zet na afloop van de franchiseovereenkomst de exploitatie van de plaatselijke (kantoor-)boekhandel als zelfstandig ondernemer vooort. Dit is in strijd met het overeengekomen non-concurrentiebeding.
Casus
Franchisenemer heeft op correcte wijze de franchiseovereenkomst met
franchisegever opgezegd. Na afloop van de overeengekomen
contractsperiode blijft franchisenemer echter onder eigen naam actief in
dezelfde bedrijfstak als franchisegever (boekhandel).
Franchisegever vordert in kort geding stopzetting van de activiteiten
als boekhandel, aangezien zulks in strijd zou zijn met het
franchisecontract. Deze vordering wordt toegewezen, onder andere omdat
de voormalige franchisenemer op de hoogte is van de prijsstelling en
marketing van franchisegever. De franchisegever loopt derhalve het
risico dat zij in de aanloopfase naar een nieuwe vestiging in het
betreffende verzorgingsgebied klanten en goodwill kwijtraakt aan de
voormalige franchisenemer, reden waarom zij terecht het onderhavige
concurrentiebeding is overeengekomen.
Vindplaats: VZNGR.RB.UTRECHT, 24 mei 2002
4. Wetgeving
Mededingingswet, zie hiervoor de diverse bekende wetboeken
Verordening 2990/1999 van de Commissie van 22 december 1999,
Publicatieblad nr L 336 van 29/12/1999 pag. 0021-0025
NB: ten aanzien van de inhoud van het bovenstaande kan door de NFV geen aansprakelijkheid worden aanvaard..
